ECG-Clopedia
ECG-Clopedia
Elektrolyten-stoornissen
Elektrolytenstoornissen
Op deze pagina komen achtereenvolgens aan de orde:
2.
Hyperkaliëmie: ECG 1 en Figuur 1;
3.
Hypokaliëmie: ECG 2 en Figuur 1;
4.
5.
6.
7.

Inleiding
Een aantal elektrolytenstoornissen hebben kenmerkende veranderingen op het ECG tot gevolg.
8.
Hyperkaliëmie
Een hyperkaliëmie wordt o.a. veroorzaakt door:
Ÿ
een metabole acidose;
Ÿ
insuline deficiëntie;
Ÿ
hyperglycaemie;
Ÿ
hyperosmolaliteit;
Ÿ
β-adrenergische blokkade;
Ÿ
overmatige inspanning;
Ÿ
catabolisme;
Ÿ
hypo-aldosteronisme;
Ÿ
nierfunctiestoornissen;
Ÿ
hartfalen;
ECG kenmerken. Zie figuur 1.
Ÿ
het eerste teken van een hyperkaliëmie is een spitse T-top;
Ÿ
de PQ-tijd neemt toe en er ontstaat een verbreding van het QRS-complex als gevolg van een vertraagde geleiding;
Ÿ
LBBB, RBBB, bifasciculair blok en hooggradig AV-blok worden waargenomen;
Ÿ
de P-top vlakt af en kan uiteindelijk verdwijnen: sinusarresten zijn het gevolg. Soms blijft de sinusknoop doorvuren en bereikt de AV-knoop via intra-atriale tract en internodale tracts(het atriumweefsel is niet meer prikkelbaar);
Ÿ
uiteindelijk wordt het QRS-complex steeds breder. Het QRS-complex gaat als het ware over in een spitse T-top zonder ST-segment. Een kamerstilstand dreigt te ontstaan.
ECG 1: ECG bij een hyperkaliëmie. Er zijn brede QRS-complexen overgaand in spitse T-toppen. Hierbij is het ST-segment erg kort. Atriale activiteit is moeilijk terug te vinden
Figuur 1. Veranderingen van de P-top, QRS-complex, ST-segment en T-top bij een toenemende hyper- en hypokaliëmie.
2.
Hypokaliëmie
Een hypokaliëmie wordt o.a. veroorzaakt door:
Ÿ
verminderde kalium intake;
Ÿ
alkalose;
Ÿ
verhoogde insuline productie;
Ÿ
verhoogde β-adrenergische activiteit;
Ÿ
hypothermie;
Ÿ
barium intoxicatie;
Ÿ
braken;
Ÿ
diarree;
Ÿ
laxeermiddelen;
Ÿ
klysma’s;
Ÿ
diuretica;
Ÿ
hyperaldostronisme;
Ÿ
hypomagnesiëmie;
Ÿ
dialyse;
Ÿ
overmatig transpireren;
Ÿ
hypokaliëmische periodieke paralyse(genetische afwijking);
Ÿ
Andersen syndroom(genetisch afwijking) die gepaard gaat met een lange QT-tijd, ventriculaire ritmestoornissen.
Opmerking: in het blad Cordiaal nr. 1 februari/maart 2007 pagina 10 staat een artikel "De onverwachte gevolgen van een pastille". Het artikel heeft betrekking op het overmatige gebruik van glycyrrizinezuur(zoethoutwortel) houdende producten, zoals sommige drop, salmaniak, sommige Fisherman's Friends en sommige biersoorten, die o.a. een hypokaliëmie tot gevolg kunnen hebben.
ECG kenmerken. Zie figuur 1.
Ÿ
ST-depressie;
Ÿ
afvlakking van de T-top;
Ÿ
toename van de hoogte van de U-golf;
Ÿ
soms vallen de T-top en de U-golf samen en vormen de T-U-golf wat onterecht beoordeel kan worden als lange QT-tijd;
Ÿ
de P-top wordt groter en breder;
Ÿ
de PQ-tijd kan iets toenemen;
Ÿ
het QRS-complex kan verbreden naar mate de hypokaliëmie ernstiger wordt. De ST-depressie neemt in dat geval toe, en de T-top keert om;
Ÿ
ventriculaire aritmieën.
ECG 2: in diverse afleidingen is een prominente U-golf aanwezig hetgeen past bij een hypokaliëmie.

3.
Hypercalciëmie
Een hypercalciëmie wordt o.a. veroorzaakt door:
Ÿ
te sterke werking van bijschildklieren;
Ÿ
hyperthyreoïdie;
Ÿ
te veel intake vitamine D;
Ÿ
acromegalie;
Ÿ
sarcoïdosis;
Ÿ
Thiazide diuretica;
Ÿ
pheochromocytoom;
Ÿ
immobiliteit
Ÿ
acute nierinsufficiëntie.
ECG kenmerken. Zie ECG 3.
Ÿ
verkorting van QT-tijd.
4.
Hypocaliëmie
Een hypocalciëmie wordt o.a. veroorzaakt door:
Ÿ
te langzame werking van bijschildklieren;
Ÿ
vitamine D deficiëntie;
Ÿ
hypothyreoïdie;
Ÿ
verstoord magnesiummetabolisme
Ÿ
acute respiratoire alkalose;
Ÿ
sepsis.
ECG kenmerken. Zie ECG 4.
Ÿ
QT-tijd verlenging(fase 2 van het actiepotentiaal is verlengd). M.n. het ST-segment veroorzaakt deze QT-tijd verlenging;
Ÿ
zelden voorkomen van ventriculaire aritmieën.
5.
Hypermagnesiëmie
Een hypermagnesiëmie wordt o.a. veroorzaakt door:
Ÿ
nierinsufficiëntie;
Ÿ
magnesiuminfusie;
Ÿ
magnesiumclysma;
Ÿ
te sterke werking van bijschildklier.
ECG kenmerken:
De onderstaande kenmerken zijn het gevolg van het feit dat een hoog magnesium de calciumkanalen blokkeert:
Ÿ
bradycardie;
Ÿ
toename PQ-tijd;
Ÿ
toename duur van QRS-complex;
Ÿ
QT-tijd verlenging.
6.
Hypomagnesiëmie
Een hypomagnesiëmie wordt o.a. veroorzaakt door:
Ÿ
diuretica;
Ÿ
alcoholabuses;
Ÿ
hypercalciëmie;
Ÿ
diarree;
Ÿ
na tubulesnecrose;
Ÿ
wordt vaker geassocieerd met een hypokaliëmie.
ECG kenmerken
Ÿ
verbreding QRS-complex;
Ÿ
ontstaan van spitse T-toppen
Ÿ
toename PQ-tijd bij verdere daling van serum magnesium;
Ÿ
verdere verbreding QRS bij verdere daling van serum magnesium;
Ÿ
toename QT-interval bij verdere daling van serum magnesium;
Ÿ
afname van T-top bij verdere daling van serum magnesium;
Ÿ
ST-segment daling;
Ÿ
ontstaan U-golf;
Ÿ
voltage afname;
Ÿ
tachycardieën;
Ÿ
ontstaan van ventriculaire aritmieën: premature complexen, torsade de pointes, ventrikelfibrilleren.