
Acute pericarditis
![]()
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
fase 1,
fase
2, fase 3,
fase
4 |
|
|
Opmerking |
|
|
|
|
|
|
Het pericard is een fibro-elastische zak die bestaat uit een visceraal
en parietal blad. Tussen beiden zit een ruimte, de zogenaamde pericardholte,
die gevuld is met ca 15-50 cc ultrafiltraat van plasma.
Het pericard kan wel eens ontstoken raken en spreken dan van een pericarditis.
Oorzaken
-meestal
een virale infectie;
-uraemie;
-na een infarct(hemorrhagisch);
-auto-immuun ziekten;
-gemetastaseerde tumoren(bv. Longca.);
-bacteri๋le infectie;
-trauma;
-post open hart operatie;
-postcardiac injury syndrome(PCIS) ook wel bekend als Dresslers Syndroom,
postpericardiotomie syndroom en postmyocardial syndroom.
ุ
Pijn op de borst, toenemend bij diep
zuchten en linkerzijligging;
ุ
Pijn neemt af bij voorover zitten
ุ
Pericardwrijven, het zogenaamde
sneeuwkraken;
ุ
Typische ECG-veranderingen;
ุ
Pericardeffusie(pericardvocht)in een
aantal gevallen;
ุ Koorts;
ุ Hemodynamische
instabiliteit bij pericardeffusie;
ุ Vergroot hart op de
x-thorax bij pericardeffusie;
ุ Laag voltage ECG
met sinustachycardie bij pericardeffusie(door vele vocht in het hartzakje);
ุ electrical
alternans van QRS-complex en soms van de P-top(swinging van het hart door het
vele pericardvocht)(zie ECG 2);
ุ Verhoogde CVD bij pericardeffsusie;
ุ Pulsus paradoxus bij pericardeffusie;
ุ Verhoogde cardiac biomarkers(CKmb en Troponine T);
ุ Verhoogde ontstekingsparameter;
ุ Geen reactie op nitroglycerine;
ECG-kenmerken(zie ECG 1, ECG 4 en ECG 5)
We onderscheiden 4 fasen(niet in
alle gevallen verloopt e.e.a. volgens deze fasen):
ุ Concave, zadelvormige ST-elevatie(door epicardiale beschadiging)
in alle afleidingen, doch het meest uitgesproken in afl. II, V4 en V5;
de eerste paar dagen(kan weken aanhouden). De ST-elevatie is concaaf, dit in
tegenstelling tot het myocardinfarct waar de ST-elevatie convex is en beperkt
blijft tot de afleidingen die over het infarctgebied gelegen zijn(zie ischemie, laesie en necrose).
De ST-elevatie begint aan het J punt.
ุ ST-depressie in aVR;
ุ PQ-segment is opgetrokken in aVR en naar beneden verplaatst
in andere frontale afleidingen(m.n. afl. II);
ุ
PQ-segment depressie V2 t/m V5 ;
ุ De ST-eleavtie neemt af tot de basislijn;
ุ De T-top wordt vlakker;
ุ PQ-segment veranderingen die optreden tijdens fase 1 nemen
af in fase 2;
ุ De fase duurt enkele dagen tot enkele weken;
ุ De T-top keert om(einde week 2 of week 3);
ุ De T-top wordt geleidelijk weer positief(tot maand 3).
Blijft in sommige gevallen negatief.
-overige ECG-kenmerken
ุ Sinustachycardie(door prikkeling van atriumpericard);
ุ Atriumfibrilleren en atriumflutter(door prikkeling van
atriumpericard);
ุ Bij pericardeffusie afname van QRS-voltage(zie ECG 6, ECG 6a en ECG 6b van een patiënt met een pericarditis carcinomatosa, ECG 6 is van voor de pericardeffusie, ECG 6a is tijdens de pericardeffusie en haemodynamische instabiliteit en waarbij het voltage van QRS en P duidelijk is afgenomen en waarbij er m.n. in de voorwandafleidingen een electrical alternans bestaat, en ECG 6b is na een pericardpunctie waarbij 650 cc pericardvocht is afgenomen en het voltage weer normaal is en de electrical alternans afwezig is);
ุ Bij pericardeffusie electrical alternans van QRS-complex en
P-top(het best te zien in precordiale afleidingen)(zie ECG 6, ECG 6a en ECG 6b van een patiënt met een pericarditis carcinomatosa, ECG 6 is van voor de pericardeffusie, ECG 6a is tijdens de pericardeffusie en haemodynamische instabiliteit en waarbij het voltage van QRS en P duidelijk is afgenomen en waarbij er m.n. in de voorwandafleidingen een electrical alternans bestaat en ECG 6b is na een pericardpunctie waarbij 650 cc pericardvocht is afgenomen en het voltage weer normaal is en de electrical alternans afwezig is);
ุ Geen reciproke ST-depressies zoals bij een myocardinfarct;
ุ Geen Q-vorming.
De normale repolarisatie kent een variant die early repolarization wordt
genoemd(zie early repolarization). De variant wordt gekenmerkt door:
-ST-elevatie bvan het J punt. Hierdoor is er een ST-elevatie, maar het
ST-segment op zich blijft onveranderd qua configuratie. De ST-elevatie wordt
bij early repolaization gezien in afleidingen V3 tot V6.
Meestal is er geen ST-elevatie in de extremiteitsafleidingen.
-geen PQ-segment depressie in frontale afleidingen en precordiale afleidingen;
-De ST/T ratio in afleiding V6 > 0,24 pleit voor een pericarditis(zie ECG 3, ECG 4 en ECG 5)
naar begin