ECG-Clopedia
ECG-Clopedia
ECG14b
AntwoordECG14
Antwoord ECG 14a en 14b
In ECG 14a bestaat er een smal complex tachycardie met een frequentie van ca 150/min. Het kamerritme is regulair. Het 1ste, 5de, 8ste en 12de QRS-complex in de extremiteitsafleidingen zijn verbreed en treden prematuur op. Dit zijn PVC's. Het 3de en 9de complex in de voorwandafleidingen zijn eveneens verbreed en ontstaan vroegtijdig. Dit zijn eveneens PVC's. Het 4de complex in de extremiteitsafleidingen valt binnen een normaal interval maar heeft een samengestelde vorm(als gevolg van normale geleiding en vroegtijdige ontlading van een focus in de kamers). Dit is een fusion beat. Hetzelfde geldt voor het 6de complex in de voorwandafleidingen.
De atriale activiteit is een atriumflutter. Wanneer we met name naar V1 kijken, zien we P-toppen met een frequentie van 280/min. In afleiding II zien we deze P-toppen als fluttergolven(zaagtandfenomeen). Elke 2de P-top wordt gevolgd door een QRS-complex. Er is naar V2 toe weinig r-top progressie(oud AS-infarct ?).
Het ECG vertoont een atriumflutter met 2:1 AV-geleiding, PVC's met RBTB-achtige configuratie(uit de voorkant van de linkerkamer->positieve concordantie, met linkerasdraaiing) en fusion beats of fusieslagen.
ECG 14b is gemaakt na elektrische cardioversie. We zien een sinusritme. Elk 2de complex in alle afleidingen is verbreed en ontstaat te vroeg. Deze complexen hebben een positieve concordantie van V1 t/m V6 en er bestaat t.a.v. deze brede slagen een linkeras draaiing. Dit zijn PVC's. Gezien het feit dat elke 2de slag een PVC is spreken we van een ventriculaire bigeminie. Verder val het op dat deze PVC's een retrograde geleiding hebben. We zien namelijk een negatieve P-top achter het PVC in II, III en aVF. In V1, aVR en aVL zien we een positieve retrograde P-top achter het PVC. Je zou ook kunnen denken dat dit een normale sinus P-top is. Echter wanneer je de PP-intervallen meet zie je dat het PP-interval gemeten van voor het PVC korter is dan het PP-interval gemeten na het PVC. Ook is de retrograde P-top positief in aVR en aVL. Ook hier bestaat er geringe r-top progressie naar V2 toe en is er een laag voltage in de extremiteitsafleidingen. Zie SVT versus VT en smal complex tachycardieën.
ECG 14a
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 14b
ECG 14b
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling van beide ECG’s
Naar begin
ECG15b
ECG15c
ECG15d
AntwoordECG15
Antwoord ECG 15a, 15b, 15c en 15d
We zien in ECG 15a een breed complex tachycardie van 100/min. Het is een regulair ritme. In V1 bestaat er een rSR'-complex en in V6 een qRS-complex. De R/S ratio is er >1. In de extremiteitsafleidingen registreren we in I en aVL een rS-complex(diepe brede S-top). In II, III en aVF vinden we een qR-complex terug. Er bestaat een rechteras draaiing. De duur van het complex bedraagt 0,12 sec. De P-toppen zijn moeilijk te herkennen. In afl. II zien we dat de T-top vervormd is. De P-top zit hier op de voorgaande T-top. De PQ-tijd is 0,12 sec. Er bestaat dus een sinustachycardie met 1ste graads AV-blok, een rechterbundeltakblok en een linker posterior fasciculair blok. We hebben hier dus te maken met een trifasciculair blok. Zie ventriculaire geleidingsstoornissen. In dit geval bestaat het gevaar dat e.e.a. overgaat in een 2de of 3de graads AV-blok.
Wanneer we inderdaad ECG 15b bekijken zien we dezelfde eigenschappen op het ECG. Alleen bestaat er nu een 2de graads AV-blok met 2:1 AV-geleiding. De kamerfrequentie is ca 42/min terwijl de P-toppen frequentie ca 84/min. bedraagt.
In ECG 15c is de AV-geleiding verslechterd. We zien identieke afwijkingen als op ECG 15a en b. Alleen bestaat er nu een 3de graads of compleet AV-blok. Er bestaat namelijk geen relatie tussen P-toppen en QRS-complexen. We noemen dit een AV-dissociatie. Het kamerritme is een AV nodaal escape ritme met een frequentie van ca 30/min.
ECG 15d is gemaakt nadat de patiënt een DDDR pacemaker kreeg geimplanteerd. De spikes van de pacemakerimpulsen zijn moeilijk terug te vinden. Maar in V3 t/m V5 zijn ze goed te onderscheiden. We zien een synchroon(na de P-top) gestimuleerd kamerritme. De laatste 2 complexen in de pre-cordiale afleidingen zijn het gevolg van normaal geleide sinusslagen met een RBTB en 1ste graads AV-blok.
ECG 15a
ECG 15b
ECG 15c
ECG 15d
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 15b
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 15c
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 15d
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling van bovenstaande ECG’s
monitorstrook3b
Antwoordmonitorstrook3
Antwoord monitorstrook 3a en 3b
Op monitorstrook 3a zien we een breed complex tachycardie met een frequentie van ca 164/min. Er bestaat een regulair ritme. Het QRS-complex heeft in V2 een rechterbundeltakblok configuratie. Als we in afleiding II kijken zit de P-top mogelijk positief, gedeeltelijk in en vlak achter het QRS-complex.
Bekijken we nu strook 3b, het begin van de tachycardie, dan zien we dat de 1ste en 3de sinusslag gevolgd wordt door een PAC met een verlengde PQ-tijd(te vroeg vallende P, andere P'-top, verlengde PQ, en gevolgd door een te vroeg vallend QRS-complex). Na het 2de PAC zet het ritme verder door en zien we de P-top meer en meer richting voorgaand QRS-complex schuiven totdat hij uiteindelijk positief gedeeltelijk in en vlak achter het QRS-complex terecht komt. De frequentie van de P-toppen en QRS-complexen bedraagt 164/min. Tijdens de normale sinusslagen zien we dat er reeds een RBTB bestaat. Ook tijdens de tachycardie zien we een RBTB.
We hebben in dit geval te maken met een (paroxysmale)atriale tachycardie(PAT) met pre-existent rechterbundeltakblok. Zie ritmestoornissen en SVT versus VT.
Monitorstrook 3a
Monitorstrook 3b
Klik op bovenstaande monitorstrook voor monitorstrook 3b
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling van beide stroken
AntwoordECG16
Naar begin
Naar begin
Antwoord ECG 16
Dit is een volledig ECG van monitorstrook 3a en 3b. We zien in het begin van het ECG een aantal PAC's waarna aansluitend een tachycardie ontstaat met een frequentie van ca 164/min waarbij de P-top positief gedeeltelijk in en vlak achter het QRS-complex schuift. Er bestaat een RBTB. In V1 zien we een rSR'-complex, in I, aVL en V6 zien we een RS-complex. Dit is een (paroxysmale)atriumtachycardie(PAT) met pre-existent RBTB.
ECG 16
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling
Naar begin
ECG17b
ECG17c
AntwoordECG17
ECG 17a
ECG 17b
ECG 17c
Antwoord ECG 17a, 17b en 17c
ECG 17a laat een sinusbradycardie(atriaal ritme: vlakke P in II, neg. P in III en aVF)zien van 48/min. We zien een breed QRS-complex met een rechterbundeltakblok configuratie(rSR' in V1, rS in I, aVL en V6).
ECG 17b is van dezelfde patiënt: we zien een sinusbradycardie(atriaal ritme: vlakke P in II, neg. P in III en aVF)van 46 sl/min. We zien nu smalle QRS-complexen door een normale ventriculaire geleiding. Er is een linkeras draaiing. In sommige afleidingen is de T-top vlak tot negatief. We kunnen hier weinig betekenis aan geven vanwege het memory sign(na bundeltakblok, na VT, na aberrantie, etc..). Zie memory sign.
ECG 17c: laat afwisselend een normale ventriculaire geleiding(complex 1, 5 en 7) en een RBTB zien(complex 2, 3, 4, 6 en 8). We hebben hier te maken met een intermitterend rechterbundeltakblok. Mogelijk dat er een klein verschil in frequentie bestaat tussen het ECG met normale ventriculaire geleiding en het ECG met RBTB.
Bij het RBTB is de frequentie iets sneller dan tijdens de normale ventriculaire geleiding. Zie ventriculaire geleidingsstoornissen.
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling van de drie ECG’s
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 17c
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 17b
Naar begin
AntwoordECG18
ECG 18
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling
Antwoord ECG 18
We zien een breed complex ritme met een rechterbundeltakblok(rSR’ in V1, een qRS in V6, aVL en I). Zie ventriculaire geleidingsstoornissen. De frequentie van het kamerritme is ca. 33/min. Het ritme is regulair.
Verder zien we P-toppen met een frequentie van ca. 56/min. Er bestaat echter geen relatie tussen P-toppen en QRS-complexen. Er is een zogenaamde AV-dissociatie.
Er bestaat een sinusbradycardie met 3de graads of totaal AV-blok. Het escape ritme is een AV nodaal ritme met een rechterbundeltakblok(typische rSR’ in V1 en qRS in V6, I en aVL). Het blok is infra-nodaal(onder de AV-knoop) gelegen. Zie ritmestoornissen.
Naar begin
AntwoordECG19
ECG 19
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling
Antwoord ECG 19
Er bestaat een sinusbradycardie van ca. 56/min. Elke P-top wordt gevolgd door een QRS-complex met een PQ-tijd van 0,12 sec. Het kamerritme is regelmatig maar wordt hier en daar onderbroken door brede, vroegtijdige complexen. Elk 3de complex is een verbreed, vroegtijdig complex zonder P-top(althans geen P-top in relatie tot breed QRS-complex). De P-top van het sinusritme zit verborgen in de brede complexen. Je ziet namelijk aan het einde van het breed complex nog net het laatste deel van de P-top. We zien dan ook een complete compensatoire pauze. Deze brede complexen zijn PVC’s. Elke 3de complex is een PVC, we spreken over een ventriculaire trigeminie. Zie ritmestoornissen.
Verder zien we pathologische Q-toppen in II, III en aVF met diepe negatieve T-toppen. In V5 en V6 zijn er negatieve T-toppen. E.e.a. is het gevolg van een infero-lateraal infarct. Zie ischemie e.d. De patiënt onderging een primaire PCI met stenting van RCA
Naar begin
AntwoordECG20
ECG 20
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling
Antwoord ECG 20
Er bestaat een onregelmatig kamerritme met een frequentie van ca 132/min. Overwegend zien we smalle QRS-complexen. De complexen 1, 4, 8, 9, 13, 14 en 21 zijn verbreed. We zien geen P-toppen, maar wel een onregelmatige basislijn tussen de QRS-complexen. Er bestaat een downslope ST-depressie in II, III, aVF en V4 t/m V6.
Het basisritme is boezemfibrilleren met een snelle kamerfrequentie. De brede QRS-complexen 1, 4, 8, 9, 13 en 14 zijn aberrant voortgeleide slagen met een rechterbundeltakblok(rSR' in V1, RS in I en aVL en V6). Deze aberrantie treedt op na een lang RR-interval, gevolgd door een kort RR-interval(Ashman's fenomeen)(zie aberrante ventriculaire geleiding). Complex 21 is een PVC met linkerbundeltakblok achtige configuratie(brede r van 0,04 sec in V1 en V2 ).
Naar begin
Antwoordmonitorstrook5
Monitorstrook 5
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling
Antwoord monitorstrook 5
Bestaat uit 2 opeenvolgende delen.
We zien in het bovenste gedeelte P-toppen met een frequentie van ca. 80/min. De P-toppen zijn uniform en regulair. Elke P-top wordt gevolgd door een QRS-complex. De PQ-tijd is 0,14 sec. De QRS-complexen zijn 0,10 sec. en regulair. Na het 9de complex ontstaat een vroegtijdig breed QRS-complex zonder P-top. Dit herhaalt zich, ook in het tweede gedeelte, telkens na een normale sinusslag. Gezien het feit dat de complexen breed en prematuur zijn en geen P-top hebben, hebben we hier te maken met PVC’s. Het is een ventriculaire bigeminie vanwege het feit dat elke tweede slag een PVC is. Alle PVC’s zijn uniform behalve het eerst PVC in het bovenste deel en het vijfde PVC in het onderste deel(multiform). Zie ritmestoornissen.
Antwoordmonitorstrook4
Monitorstrook 4
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling
Antwoord monitorstrook 4
Deze strook bestaat uit 3 opeenvolgende delen.
Er bestaat een sinusritme van gemiddeld ca 90/min. De PQ-tijd bedraagt 0,20 sec. Na het 9de complex ontstaat een pauze va 8,5 sec. Deze pauze wordt beëindigd door een breed QRS-complex. Hierna volgt weer een pauze van ca. 4 sec. Vervolgens herstelt zich het normale sinusritme weer waarbij in het derde deel de frequentie oploopt tot 150/min. Later neemt dit af tot ca 100/min.
Tijdens de pauzes zien we P-toppen met een regelmatig ritme en een frequentie van 94/min. Geen enkele van deze P-toppen wordt gevolgd door een kamercomplex. Dit is een voorbeeld van een primaire kamerstilstand. De patiënt vertoonde ten tijde van deze opname Adams-Stokes aanvallen. Hij werd behandeld met een tijdelijk externe pacemaker. Zie ritmestoornissen.
Naar begin
Naar begin
Antwoordmonitorstrook6
Monitorstrook 6
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling
Antwoord monitorstrook 6
Bestaat uit 2 delen.
We zien regelmatige P-toppen met een frequentie van 82/min. Ze blijven uniform. Niet elke P-top wordt gevolgd door een QRS-complex. In het bovenste deel wordt pas elke 2de P-top gevolgd door een QRS-complex. De PQ-tijd is bij de geleide slagen 0,20 sec. De kamerfrequentie bedraagt ca 40/min. Het QRS-complex is slank en treedt regelmatig op.
In het tweede gedeelte zien we dat er geen relatie is tussen P-toppen en QRS-complexen. De 5de slag in het tweede gedeelte is een sinusslag met verlengde PQ-tijd. Hierna is er weer een AV-dissociatie en vervolgens weer een sinusslag.
Dit is een sinusritme met een 2de graads AV-blok met een 2:1 AV-geleiding, gevolgd door mogelijk een 3de graads AV-blok of een AV nodaal invallend ritme waardoor er een AV-dissociatie ontstaat. Zie ritmestoornissen.
ECG21b
AntwoordECG21
ECG 21a
ECG 21b
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 21b
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling van beide ECG’s
Naar begin
Naar begin
Antwoord ECG 21a en 21b
Monitorstrook 9a en 9b zijn van dezelfde patiënt.
We registreren een breed complex ritme van ca. 84/min. Na het 3de complex ontstaat een breed, prematuur complex dat anders van vorm is dan het complex van het basisritme. Het prematuur complex heeft geen gerelateerde P-top. Het is een PVC. Hierna treedt er een compensatoire pauze op die wordt beëindigt met een sinusslag met een verlengde PQ-tijd(0,32 sec.). Daarna vervolgt het ritme weer zoals voor het PVC. Kijk je nu goed, dan zie je ook hier dat de P-top met een verlengde PQ-tijd vlak achter de T-top zit. Het complex tijdens het sinusritme is verbreed en voldoet aan alle criteria van een linkerbundeltakblok. Een diepe S in V1, een brede R-top in V6, I en aVL. Zie ventriculaire geleidingsstoornissen.
Conclusie: een sinusritme met een 1ste graads AV-blok en een linkerbundeltakblok. Het 4de complex is een PVC. Zie ritmestoornissen.
ECG 21b: ook hier is de frequentie de helft van de frequentie van ECG 21a, ca. 43/min. P-toppen zijn aanwezig met een PQ-tijd van ca. 0,36 sec. voor het QRS-complex en vlak achter de T-top. Deze worden niet gevolgd door een QRS-complex. In aVL, V4 en V5 is dit goed waar te nemen. De P-toppen frequentie is het dubbele van de kamerfrequentie.
Dit is een sinusritme met 2de graads AV-blok en 2:1 AV-geleiding. Ook nu is er een linkerbundeltakblok. Zie ventriculaire geleidingsstoornissen.
ECG22b
AntwoordECG22
ECG 22a
ECG 22b
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 22b
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling van beide ECG’s
ECG 22a en 22b
Monitorstrook 10 is van dezelfde patiënt.
Op ECG 22a zijn de complexen 1, 4, 7, 10, 13 en 16 premature atriale complexen waarvan complex 1 een RBTB aberrantie vertoont(rSR’ in V1, qRS in V6) terwijl de complexen 10, 13 en 16 een LBTB aberrantie vertonen(S in V1 met snelle downslope van S in V1 en genotchte R in V6). De complexen 4 en 7 zijn PAC met normale ventriculaire geleiding. Na PAC 1 zit er zelfs nog een geblokte PAC. We zien nog net in het voorgaande ST-segment een P’-top zitten die niet wordt voortgeleid. Verder bestaat er een sinusritme met een frequentie van 84/min. Soms zijn er atriale escape slagen(negatieve P-toppen in II) na de PAC’s(zie complex 8). Dit kan ook aberrante atriale geleiding zijn.
Conclusie: we hebben een sinusritme met frequent optredende PAC’s die zowel rechterbundeltakblok als linkerbundeltakblok aberrantie vertonen. Zie ritmestoornissen, ventriculaire geleidingsstoornissen en ventriculaire aberrantie.
ECG 22b: complex 3 is een PAC met LBTB aberrantie(S in V1 met snelle downslope van S in V1 en R in V6).
Complex 5 en 12 zijn PAC’s met RBTB aberrantie(rSR’ in V1, qRS in V6 met R/S ratio van >1). Complex 4 is een PVC. Er zit wel een P’-top maar deze heeft geen relatie tot het QRS-complex. Het complex heeft een rechterbundeltakblokachtig beeld maar heeft een qR complex in V1 en een rS in V6 met een R/S ratio van <1). Ook heeft dit PVC een linkeras draaiing. Zie assen. Dit pleit voor ventriculaire oorsprong.
De complexen 7, 9 en 15 zijn PAC’s met normale ventriculaire geleiding. Verder is bij een aantal PAC’s de PQ-tijd verlengd, bv complex 3, 5, 7 en 12. Na complex 12 is er zelfs een geblokkeerde PAC. E.e.a. heeft te maken met de refractaire toestand van de AV-knoop of bundeltakken. Zie ritmestoornissen, ventriculaire aberrante geleiding, ventriculaire geleidingsstoornissen en SVT versus VT.
Antwoordmonitorstrook7
Monitorstrook 7
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling
Antwoord monitorstrook 7
We zien P-toppen die niet helemaal regulair zijn. De frequentie is ca 80/min. Het QRS-complex is smal en irregulair qua ritme. De frequentie varieert van 17-80/min. Bij de eerste vijf slagen zien we een toename van de PQ-tijd waarna er na elke 2de P-top een QRS-complex volgt. Vervolgens treedt er een pauze op waarin een aantal(4) P-toppen niet gevolgd worden door een QRS-complex. De pauze wordt beëindigd door een AV nodale escape slag. De pauze bedraagt in totaal ca 3,5 sec.
We spreken in dit geval over een sinusritme met een 2de graads AV-blok type Wenckebach of Mobitz type I gevolgd door een kamerstilstand van 3,5 sec. Zie ritmestoornissen.
Naar begin
Antwoordmonitorstrook8
Monitorstrook 8
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling
Antwoord monitorstrook 8
Er is een sinustachycardie t/m complex 6. De P-toppen zijn uniform en de frequentie 100/min. Het ritme is regulair. Na het 6de QRS-complex zien we een premature P’-top gevolgd door een prematuur slank QRS-complex. Dit is een PAC. Hierop volgt een compensatoire pauze en vervolgens weer een sinusslag. Deze wordt weer gevolgd door een PAC en ontstaat er een tachycardie met smalle QRS-complexen met een frequentie van 170-220/min. Voor elk complex van deze tachycardie zit een P-top die anders van vorm is dan tijdens de sinustachycardie. Het ritme is irregulair. Tijdens deze tachycardie schuiven de P-toppen in eerste instantie richting voorafgaand QRS-complex. Later komt de P-top iets verder positief achter het voorafgaande QRS-complex. De PQ-tijd tijdens de tachycardie varieert van 0,22 tot 0,24 sec. Dit is eigenlijk een fysiologisch blok als gevolg van de snelle frequentie(deels refractaire toestand van de AV-knoop).
Conclusie: we hebben eerst een sinustachycardie met PAC’s en vervolgens een paroxysmale atriumtachycardie. Paroxysmaal omdat de tachycardie plots begint en even plots eindigt. In het 2de deel herstelt het sinusritme(tachycardie) weer en zien we halverwege de opname weer enkele PAC’s. Zie ritmestoornissen.
Naar begin
Monitorstrook9b
Antwoordmonitorstrook9
Monitorstrook 9a
Klik op bovenstaande monitorstrook voor monitorstrook 9b
Monitorstrook 9b
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling van beide stroken
Antwoord monitorstrook 9a en 9b
In 9a bestaat een breed complex ritme met een frequentie van 80 tot 84/min. Na het 8ste complex halveert plotseling de frequentie tot 40/min. We kunnen nu tijdens deze trage frequentie P-toppen waarnemen voor de brede QRS-complexen. De PQ-tijd bedraagt 0,36 sec. Kijken we nu goed in het tweede deel van de strook, dan vinden we ook vlak achter de T-top van de voorgaande slag een P-top. Het PP-interval is regulair en de frequentie van de P-toppen bedraagt ca. 80/min.
Kijken we nu nogmaals naar het bovenste deel van de strook, zien we ook hier P-toppen achter de T-toppen met een PQ-tijd van ca. 0,36 sec.
Conclusie: we hebben hier in eerste instantie een sinusritme met een 1ste graads AV-blok en een ventriculaire geleidingsstoornis, gevolgd door een sinusritme met 2de graads AV-blok 2:1 AV-geleiding(mogelijk als gevolg van Mobitz II) en een ventriculaire geleidingsstoornis. Zie ECG 21 en ritmestoornissen.
9b Er is een sinusritme met een 1ste graads AV-blok. Ook nu ontstaat aan het einde van de strook en sinusritme met 2de graads AV-blok 2:1. Ook komen er brede, premature slagen voor. Deze brede slagen hebben geen P-top. Na elke verbreed prematuur complex ontstaat een compensatoire pauze. Dit zijn PVC’s en in dit geval een ventriculaire bigeminie(elke 2de slag is een PVC). De PP-intervallen zijn duidelijk te herkennen tijdens de compensatoire pauze. M.b.v. dit PP-interval kunnen we alle P-toppen vlak achter de T-toppen terug vinden.
Naar begin
Naar begin
Antwoordmonitorstrook10
Antwoord monitorstrook 10
Slag 2 en 3 zijn sinusslagen, de PQ-tijd is normaal, het QRS-complex 0,10 sec. breed en frequentie 84/min. Na deze twee slagen zien we een serie van 5 premature complexen met premature P'-toppen die anders van vorm zijn dan de P-toppen van de sinusslagen.
De eerste 2 slagen van deze serie zijn echter verbreed en hebben gezien de configuratie in V2 een linkerbundeltakblok vorm. Er is hier sprake van een paroxysmale atriale tachycardie, frequentie 130-150/min. met linkerbundeltakblok aberrantie van de eerste 2 slagen. Hierna ontstaat er een pauze, een sinusslag en een premature P'-top met een prematuur complex. Vervolgens zijn er 3 sinusslagen waarop weer een atriale tachycardie ontstaat met een frequentie van 150-200/min. De eerste 9 complexen vertonen een linkerbundeltakblok aberrantie(in V2 een diepe S-top). Bij het elfde complex in het tweede deel gaat de tachycardie over in een sinusritme met frequente PAC’s. Zie ritmestoornissen en aberrante ventriculaire geleiding.
Monitorstrook 10
Klik op bovenstaande monitorstrook voor de beoordeling
Naar begin
AntwoordECG23
ECG 23
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling
Antwoord ECG 23
Er bestaat een sinusritme met een frequentie van 92 tot 100 sl./min. De PQ-tijd bedraagt 0,16 sec, de QRS-complexen zijn smal. Het 4de complex in de extremiteitsafleidingen is een PAC. De P'-top is negatief in II, III en aVF. In I is de P'-top vlak, terwijl er in aVL en aVR een positieve kleine P'-top wordt geregistreerd. De PQ-tijd van de PAC bedraagt ca 0,16 sec. Gezien deze kenmerken ontstaat deze PAC vlak in de buurt van de AV-knoop. De sinus P-top is in afleiding II ongeveer 3,5 mV. Er is mogelijk sprake van rechteratrium overbelasting. In afleiding V2 t/m V6 nemen we ST-elevaties waar evenals in aVL, III en aVF. In dit geval is er een occlusie van de linker anterior descendens of ramus descendens anterior(LAD of RDA), en waarschijnlijk distaal van de S1 en D1. We spreken over een antero-lateraal infarct. Zie ischemie.
Naar begin
Vraag 2
Wat is de knoop van Aschoff-Tawara en wat is de knoop van Keith-Flack ?
Klik “hier” voor het antwoord.
Naar begin
Antwoord vraag 2
De knoop van Keith-Flack, genoemd naar A. Keith en M. W. Flack, is onze bekende sinusknoop. De knoop van Aschoff-Tawara, genoemd naar Ludwig Aschoff en Sunao Tawara, is de de AV-knoop.
ECG24b
AntwoordECG24
ECG 24a
Klik op bovenstaand ECG voor ECG 24b
ECG 24b
Klik op bovenstaand ECG voor de beoordeling van beide ECG’s
Antwoord ECG 24a en 24b
In 24a is er een regulair kamerritme met een frequentie van 100/min. De QRS-complexen zijn smal. We zien geen positieve P-toppen voor de QRS-complexen. Er bestaat een ST-depressie in I, II, aVL en V4 t/m V6. De T-top is vlak in aVF en V2. In V3 is de T-top vlak tot negatief. Het ST-segment is opgetrokken in aVR en V1.
24b laat een kamerritme van 66/min. zien. Ook hier is het QRS-complex smal. Nu zijn er wel positieve P-toppen voor de QRS-complexen. Hun frequentie is gelijk aan de kamerfrequentie. De PQ-tijd bedraagt 0,20 sec. Het ST-segment is nu vrij normaal. Wel vinden we een gestrekt ST-segment in V4 t/m V6, I en aVL.
Kijken we weer naar 24a, dan zien we in II, III en aVF een pseudo S vlak na het QRS-complex. Dit is een retrograde P-top. In aVR en aVL zit deze P-top positief achter het QRS-complex. In V1 en V2 zien we de P-top positief achter het QRS-complex, de zogenaamde pseudo r-top. Zie ritmestoornissen.
In a hebben we te maken met een versneld AV-nodaal ritme en in b een sinusritme. Ischemie als gevolg van een drievatslijden of hoofdstamstenose is hier hoogstwaarschijnlijk de oorzaak van. Zie ischemie.
Naar begin